zondag 25 november 2012

Ween niet om Mij

Verraden met een kus.
Gevangen genomen.
30 zilverstukken als beloning.
Verloochend, geslagen.
Bespot, gehoond.
Een doornen kroning.

Vernederd, vertrapt.
Door de mensheid uitgespuugd.
Veroordeeld tot de dood.
Vastgenageld aan het kruis.
Snakkend naar adem.
Slechts ziende op des mensen nood.

Dan zegt Hij:
‘Moeder, dochters van Jeruzalem,
ween niet om Mij.
Denk toch aan wat Ik eens tegen
jullie zei.
Kijk, en zie aan dit lijden voorbij.’
Huil, ween, maar dan om wat jullie te
wachten staat.
Huil, ween, om wat er nog gebeuren gaat.

Dit, dit is slechts het begin van alle haat,
Maar weet, dat Ik jullie niet alleen achterlaat.
Voor nu lijkt het, alsof de satan wint.
Dat Mijn leven over is voor het echt begint.
Maar Ik, Ik ben het die waarlijk overwint.
Moeder, ween niet, Ik ben jouw, maar bovenal Gods kind.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen