woensdag 13 februari 2013

De hemel getuigt van Gods grootheid,
het gewelf verkondigt wat Hij heeft gemaakt.
De ene dag geeft het door aan de andere,
de ene nacht maakt het aan de volgende bekend.
Het is een taal zonder woorden,
geluiden hoort men niet.
Toch gaat hun stem over heel de aarde,
dringt hun taal tot de uithoeken door.

Psalm 19:2-5



Ik kijk naar buiten.
Een flets blauwe lucht
met grauwe wolken
is vandaag mijn uitzicht.

Langzaam vindt de zon een gaatje
om door heen te kruipen.
Haar warmte is reeds voelbaar
en het uitspansel wordt vrolijk verlicht.

De bomen staan schijnbaar stil
en bewegingloos.
Hier en daar ligt nog wat sneeuw,
ongerept en smetteloos.

Ik overdenk Zijn woorden,
terwijl mijn ogen deze dingen zien.
Ik word stil van het besef
welke groot en machtig God ik dien.

Zijn woorden beroeren mij
tot in het diepst van mijn wezen.
In heel de schepping wordt zo duidelijk
op Hem gewezen.

De hemel laat zien hoe groot Hij is,
het gewelf vertelt wie haar heeft voortgebracht.
Dag en nacht volgen elkaar steeds weer op,
de één vertelt aan de ander wie alles heeft bedacht.

Geen enkel woord wordt gesproken,
geen geluid hoort men daarbij.
En toch gaat hun stem over de ganse aarde,
geen enkele plek gaat het voorbij.

Woordeloos, geluidloos,
en toch gehoord.
Tot in alle uithoeken van de aarde
verkondigen zij Zijn woord.

Mijn hart vult zich met eerbied en heilig ontzag,
met diepe en stille verwondering,
terwijl ergens buiten in een boom
een vogel van Zijn grootheid zingt.

Laat wat ik voel,
diep binnen in mij,
mijn grootste lofzang
aan U zijn.

1 opmerking: