vrijdag 9 november 2012

Thuis

Ter herinnering aan mijn vader
† 21-11-2007

Hij zag reeds het licht aan de horizon.
Het schijnsel van het eeuwig vaderhuis.
Een plaats waar hij niet altijd naar verlangen kon.
Maar nu wist hij het; ik ben bijna thuis.

't Zou nu niet lang meer duren
voor hij naar Hem toe zou gaan.
En soms als hij in de verte lag te turen,
was het net of hij Hem al zag staan.

Toch moest hij zijn strijd nog strijden.
Het einde was niet zo maar daar.
Intens was nog het lijden,
zijn laatste uren, o, zo zwaar.

Toen zag hij Hem wenken.
Kom, kom maar mee met Mij.
Ik zal je eeuwige vreugde schenken,
want Mijn bloed kocht jou vrij.

Langzaam liep hij op Hem toe
en legde zijn hand in die doorboorde handen.
Plotseling was hij niet meer moe,
verbroken waren de aardse banden.

Tranen vinden hun weg over mijn wangen,
maar ik weet; voorbij is nu zijn aardse strijd.
En werkelijkheid is nu zijn grootste verlangen;
opgaan in Gods heerlijkheid.

Nu mag hij met onze Jacco samen,
loven en prijzen de Naam aller Namen.
Want U, Here, komt toe alle dank, lof en eer.
Want U bent God, Koning, Redder en Heer.



Ter herinnering aan Monique,
† 3-12-2007

Zij zag reeds het licht aan de horizon,
het schijnsel van het eeuwig vaderhuis.
Een plaats waar zijn zo naar verlangen kon,
nu wist zij het: ik ben bijna thuis.

't Zou nu niet lang meer duren
voor zij naar haar Heer zou gaan.
En soms, als zij stilletjes lag te turen,
was het net of zij Hem al zag staan.

Toen zag zij Hem wenken.
Kom, kom maar mee met Mij.
Ik zal je eeuwige vreugde schenken,
want Mijn bloed kocht jou vrij.

Langzaam liep zij op Hem toe
en legde haar hand in Zijn doorboorde handen.
Plotseling was zij niet meer moe,
verbroken waren de aardse banden.

Zij streed de strijd die zij moest strijden.
Zij streed met opgeheven hoofd.
Bleef geloven temidden van al het lijden.
Verwachtend 't heil dat Hij haar had beloofd.

Nu mag zij met al de engelen samen,
loven en prijzen de Naam aller Namen.
Want U, Here, komt toe alle dank, lof en eer.
Want U bent God, Koning, Redder en Heer.


Beiden streden de strijd die zij moesten strijden.
Beiden streden met opgeheven hoofd.
Bleven geloven temidden van het lijden.
Verwachtend 't heil, dat Hij hen had beloofd.


Nu hebben zij beiden uit Zijn hand ontvangen,
een witte steen met een nieuwe naam.
En uit hun monden klinken weer de lofgezangen,
maar nu met al de engelen saam.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen